Artikel

Dodelijke arbeidsongevallen: waarom Frankrijk koploper is — en wat België ervan kan leren

In 2023 verloren 3.298 werknemers in de EU het leven tijdens het werk, twaalf meer dan het jaar voordien. Hoewel het totale aantal arbeidsongevallen licht daalde, blijft het aantal dodelijke ongevallen stijgen. Vooral Frankrijk valt op met 811 doden, bijna dubbel zoveel als Italië (473), Duitsland (403) of Spanje (355). Zelfs na correctie voor bevolkingsgrootte blijft Frankrijk bovenaan: 3,6 dodelijke ongevallen per 100.000 werknemers, tegenover 1,1 in België, 0,7 in Duitsland en 0,4 in Nederland.

De cijfers ogen dramatisch, maar zijn niet zo eenduidig als ze lijken. Eurostat nuanceert dat Frankrijk een zeer uitgebreid meldsysteem hanteert: elk incident dat “tijdens” het werk plaatsvindt, wordt geregistreerd; ook wanneer de oorzaak niet direct met het werk te maken heeft. Daardoor telt Frankrijk meer gevallen dan landen die enkel arbeidgerelateerde oorzaken registreren.

Dodelijke arbeidsongevallen in 2023. Van: Eurostat.

Wat zeggen de Franse cijfers zelf?

Volgens het Rapport Annuel 2023 van de Assurance Maladie – Risques Professionnels werden dat jaar 759 dodelijke arbeidsongevallen erkend, 21 meer dan in 2022. Daarbovenop kwamen 332 doden bij woon-werkongevallen en 196 sterfgevallen door beroepsziekten. Samen goed voor 1.287 doden in één jaar tijd; 60 meer dan het jaar voordien.

Meer dan de helft van die overlijdens (432) had een interne medische oorzaak, bijvoorbeeld een hartinfarct of beroerte op de werkplek. De rest betrof externe oorzaken zoals vallen, verplettering of verkeersongevallen. Vooral de bouwsector blijft oververtegenwoordigd, goed voor een kwart van alle dodelijke ongevallen in de EU.

Dodelijke arbeidsongevallen in Frankrijk, 2019-2023. Van: Assurance Maladie Risques Professionnels, Rapport Annuel 2023.

Niet alleen triest, ook kostelijk

De Franse arbeidsongevallenverzekering betaalde in 2023 bijna 10 miljard euro aan vergoedingen uit. De dagvergoedingen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid stegen met 8,3% tot 4,4 miljard euro, en de rente-uitkeringen bij blijvende invaliditeit overschreden 4,5 miljard. Dat alles bij een stelsel dat nochtans een overschot van 1,35 miljard euro boekte; een teken dat het Franse systeem financieel solide maar sociaal duur is.

Reflectie: van registratie naar preventie

De Europese cijfers confronteren ons met een ongemakkelijke vraag: meten we goed wat we willen verbeteren? Een land dat beter registreert, lijkt onveiliger. Maar niet meten is nog gevaarlijker.

De uitdaging ligt dus niet in het verlagen van cijfers, maar in het verlagen van risico’s. En dat begint met het durven erkennen van de werkelijke oorzaken van ongevallen; ook de “zachte” oorzaken: werkdruk, vermoeidheid, organisatorische fouten, gebrek aan toezicht.

Drie lessen voor preventieadviseurs en HR

  1. Analyseer kritisch je eigen cijfers. Kijk verder dan de grafiek: welke types ongevallen zitten erin, en wat valt buiten beeld?

  2. Maak registratie zinvol. Gebruik meldingen niet als schuldverslag, maar als leermoment. Dat verlaagt de drempel om te rapporteren.

  3. Koppel cijfers aan gedrag. Een laag ongevallencijfer is geen bewijs van veiligheid, enkel van stilte. Actieve veiligheidsculturen klinken luider.

Slotbedenking

Een rijk preventiesysteem levert niet automatisch minder doden op. Lagere cijfers betekenen niet noodzakelijk meer veiligheid. Tussen beide ligt het echte werk: een cultuur waarin risico’s bespreekbaar zijn en preventie méér is dan naleving.