Een medewerker komt terug van de mutualiteit. De adviserend arts vindt de persoon arbeidsgeschikt, maar de eigen functie kan die niet aan. De arbeidsarts verklaart de medewerker tijdelijk ongeschikt en doet aanbevelingen voor aangepast werk. Vroeger opende die vaststelling zelf de weg naar een uitkering tijdelijke werkloosheid wegens medische overmacht. Vandaag moet er een formulier C27 bij, en dus een re-integratietraject.
De codex koppelde tijdelijke ongeschiktheid al in 2022 aan re-integratie
Artikel I.4-70 van de codex ging oorspronkelijk enkel over de definitief ongeschikt verklaarde werknemer. Het KB van 11 september 2022 verving die zin door “tijdelijk of definitief ongeschikt”. Sindsdien moet de werkgever strikt gezien ook bij een tijdelijke beslissing de procedure voor een re-integratieplan volgen.
Het vernieuwde formulier C6 van 23 juli 2025 trok die lijn door. De RVA-pagina over tijdelijke werkloosheid wegens overmacht volgde pas op 14 juli 2026.
Lees ook: Formulier C6 voor tijdelijke overmacht vernieuwd: wat verandert er?
Vijf vakjes op het C6, en één ervan vraagt geen C27
De medewerker die akkoord gaat met de geschiktheidsverklaring, vindt op het C6 vijf mogelijkheden. Vier vragen een C27, en dus een lopend of aangevraagd traject: tijdelijke ongeschiktheid door de arbeidsarts, definitieve ongeschiktheid door de arbeidsarts, een ingediend verzoek tot opstart, en de bijzondere procedure einde arbeidsovereenkomst.
Het vijfde vakje staat los. Daar verklaart de medewerker dat diens behandelend arts hem of haar ongeschikt achtte voor het overeengekomen werk. De medewerker voegt het attest van die arts toe, plus een attest waaruit blijkt dat de werkgever geen aangepast of ander werk kan aanbieden. Geen C27, geen traject.
Dat vakje verdraagt zich slecht met de algemene voorwaarden op de RVA-pagina, die stellen dat de ongeschiktheid vastgesteld moet zijn door de arbeidsarts of de RVA-arts. Het formulier en de toelichting van dezelfde dienst spreken elkaar tegen. Wie op deze route mikt, belt daarom beter vooraf het werkloosheidsbureau.
Let ook op het derde vakje. Daar volstaat dat er een verzoek tot opstart van een traject is ingediend. De beslissing van de arbeidsarts hoeft nog niet genomen te zijn.
De opvolging door de RVA-arts is niet verdwenen, maar verhuisd
De uitkering met opvolging door de erkende arts van de RVA bestaat nog, alleen niet meer als ingang. Ze komt nu aan het einde van het traject.
Beslist de arbeidsarts dat de medewerker tijdelijk ongeschikt is maar aangepast werk aankan, dan is dat beslissing A. De werkgever krijgt 63 kalenderdagen voor een re-integratieplan of een gemotiveerd verslag. Bezorgt de werkgever een gemotiveerd verslag, dan eindigt het traject en kan de uitkering doorlopen mits opvolging door de RVA-arts. Weigert de medewerker het plan, zelfde uitkomst. Aanvaardt de medewerker het, dan stopt de uitkering in dat kader.
Daarvoor ligt nog een termijn. Van het re-integratieverzoek tot de beslissing van de arbeidsarts geldt maximaal 49 kalenderdagen, en ook die periode kan gedekt zijn.
Zes maanden wachten voor de aanvraag kan
De aanvraag mag niet in de eerste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid liggen. In die periode ligt de last in principe bij de ziekteverzekering. Deze voorwaarde bestaat al jaren en wordt geregeld over het hoofd gezien (ook door de RVA zelf).
Daarnaast mag er geen recht zijn op gewaarborgd loon en geen recht op ziekte-uitkeringen, en mag er geen gepast vervangingswerk beschikbaar zijn. Tijdelijke werkloosheid wegens medische overmacht wordt bovendien in principe voor hoogstens twaalf maanden toegestaan.
De werkgever stuurt bij elke aanvraag een ASR scenario 2, de aangifte die het vroegere C3.2-formulier heeft vervangen, met type 005 als reden. De aanvraag zelf moet toekomen uiterlijk op het einde van de tweede maand na de maand waarin de tijdelijke werkloosheid begon.
Drie dingen om vast te leggen
- Controleer de voorwaarde van zes maanden voordat er een formulier vertrekt.
- Bepaal wie beoordeelt welk vakje op het C6 past. Dat bepaalt of er een traject moet lopen en wie welk attest levert.
- Leg vast wie het werkgeversattest over aangepast werk opstelt, en binnen welke termijn. Zonder dat attest is de route via de behandelend arts geen route.

Tot slot
De regel veranderde in 2022, het formulier in 2025 en de webtekst in 2026. Het formulier en de webtekst zeggen vandaag niet hetzelfde over wie de ongeschiktheid mag vaststellen. Kunt u nog volgen? Voor de medewerker die zonder uitkering valt, is dat verschil niet theoretisch.
Welke bron legt u vandaag naast zo’n dossier: de RVA-pagina, het formulier, of de codex?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.