
In 2024 registreerden de externe preventiediensten in België meer dan 23.000 psychosociale dossiers, zo stelt Co-Prev in een nieuw persbericht. Dit aantal is een record en een duidelijke wake-upcall dat conflict, stress en grensoverschrijdend gedrag zich steeds nadrukkelijker manifesteren op de werkvloer. De vraag is niet of organisaties hiermee aan de slag moeten, maar hoe dringend ze dat moeten doen.
De cijfers van 2024: veel meldingen, nog meer signalen
Externe preventiediensten behandelden in 2024 23.813 dossiers, opnieuw een forse stijging tegenover 2023 (+9%). De grootste groep betreft, zoals elk jaar, samenwerkingsproblemen:
-
60% conflicten
-
28% pesterijen
-
9% geweld
-
3% ongewenst seksueel gedrag
Tel daar nog eens 4.670 dossiers rond stress en burn-out bij, en de conclusie is pijnlijk duidelijk: psychosociaal welzijn staat onder permanente druk.
Opvallend: steeds meer dossiers worden na één gesprek afgesloten. Dat kan wijzen op effectieve eerste hulp, maar evengoed op drempels of schroom om door te zetten. Een signaal dat de preventieketen werkt, maar ook dat ze soms stilvalt op het moment dat dieper graven nodig is.

Evolutie van het aantal dossiers 2027-2024. Van: Rapport Co-Prev.
Informele aanpak blijft dominant
Net als de voorbije jaren wordt de overgrote meerderheid van de dossiers informeel afgehandeld (94%). Dat betekent dat werknemers vooral nood hebben aan snelle, vertrouwelijke en laagdrempelige ondersteuning. Goed nieuws… tot op zekere hoogte.
Een te sterke focus op informele aanpak kan namelijk ook een vals gevoel van veiligheid creëren: “Het is opgelost, dus het is weg.” Maar wie al langer in het vak staat, weet dat menselijke dynamieken zich niet altijd netjes laten wegmasseren. De afweging blijft dus: wanneer is informeel genoeg, en wanneer vraagt een probleem een structurele aanpak?
Een reflectievraag voor elke werkgever: Welke dossiers mogen we niet langer “snelle oplossingen” gunnen, omdat ze eigenlijk collectieve patronen blootleggen?
Werkgevers: vooruitgang, maar het glas is nog halfvol
De risicoanalyses psychosociale aspecten zitten opnieuw in de lift, al bereiken ze nog niet het pre-COVID-niveau. Positief, maar niet triomfantelijk.
Minder rooskleurig is de daling van opleidingen (-8%), ondanks het recordjaar 2023. Minder vorming betekent in de praktijk: minder gedeelde taal, minder herkenning van signalen en minder preventieve reflexen. En dat terwijl organisaties vandaag net nood hebben aan teams die spanningen vroeg detecteren.
Ook aanvragen voor begeleiding na schokkende gebeurtenissen en middelengebruik daalden. Een teken dat organisaties ofwel beter voorbereid zijn… of dat ze minder vaak de stap zetten naar externe ondersteuning. Beide scenario’s verdienen aandacht.
Preventieadviseurs psychosociale aspecten: de stille motor
De stijgende dossiercijfers bevestigen vooral één zaak: zonder preventieadviseurs zouden de psychosociale fundamenten van organisaties vandaag rammelen. Hun werk is vaak discreet, soms zelfs onzichtbaar, maar essentieel om risico’s op te sporen en te neutraliseren voor ze escaleren.
Dat “onzichtbare werk” verdient meer erkenning en vooral: meer structurele inbedding. Psychosociaal welzijn blijft te vaak een project (risicoanalyse om de vijf jaar anyone?), terwijl het eigenlijk een systeem is dat permanent onderhoud vraagt.
Wat kunnen organisaties vandaag concreet doen?
Geen lange waslijst, wel drie scherpe aanbevelingen:
1. Normaliseer vroeg melden. Hoe sneller medewerkers aan de bel trekken, hoe kleiner de littekens. Laagdrempelig contact met vertrouwenspersonen of preventieadviseurs moet een vanzelfsprekendheid zijn, geen uitzondering.
2. Heractiveer de preventieketen. Zet opnieuw in op risicoanalyses en vorming; niet omdat het moet, maar omdat het werkt. Een gedeelde taal rond psychosociaal welzijn is een hefboom, geen kost.
3. Durf van “geval” naar “patroon” te kijken. Als één gesprek het dossier sluit, is dat mooi. Als tien gelijkaardige dossiers ontstaan, is dat een beleidsprobleem. Durf de stap zetten naar structureel ingrijpen, zelfs wanneer niemand er expliciet om vraagt.

Verbetering van psychosociaal welzijn op de werkplek.
Tot slot
De cijfers laten geen ruimte voor wishful thinking: psychosociaal welzijn is geen extraatje meer dat we doen “als er tijd is”. Het ís het fundament waarop duurzame tewerkstelling rust.
En ja, preventieadviseurs zijn daarbij de stille kracht. Maar misschien is het tijd dat hun rol minder stil wordt, en meer strategisch.