Artikel

Belgische (en Nederlandse) bedrijven struikelen over welzijnswetgeving

Ondanks een gemeenschappelijk Europees kader voor welzijn op het werk, blijven grote verschillen bestaan in hoe nationale wetgeving wordt ervaren. In België zien bedrijven de regelgeving opvallend vaak als hinderpaal, zo blijkt uit de vierde Europese enquête onder ondernemingen over nieuwe en opkomende risico’s (ESENER 2024). Wat maakt onze wet zo complex – en wat kunnen we ermee doen?

De Europese droom… op papier

De EU heeft een duidelijke kaderrichtlijn: elk land moet zorgen voor basisbescherming van werknemers via preventie. Maar de invulling van die richtlijn laat ruimte voor nationale verschillen. Terwijl landen als Finland, Malta en Litouwen nauwelijks problemen ervaren met hun VGW-wetgeving, beschouwt maar liefst 58% van de Belgische bedrijven de wet als een hindernis.

Dat cijfer komt uit de recentste Europese ESENER-enquête van EU-OSHA (2024), waarin ruim 40.000 bedrijven bevraagd werden over hun aanpak van veiligheid en gezondheid op het werk. Een nieuwe presentatie geeft een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten.

België staat ruimschoots aan de top, wat betreft ervaren complexiteit van VGW-wetgeving. Bron: presentatie ESENER.

België: complexiteit troef

Wat maakt onze wetgeving zo complex in de perceptie van bedrijven?

  • Overregulering: De Belgische welzijnswet is opgebouwd uit een wet, met meerdere koninklijke besluiten en talloze aanvullende richtlijnen en omzendbrieven. Voeg daar nog een forse portie arbeidsrecht en sectorale cao’s aan toe, en je krijgt een juridisch kluwen dat zelfs specialisten doet duizelen.

  • Verschuivende normen: Regelgeving wijzigt frequent, vaak in kleine stappen. Nieuwe risico’s (zoals psychosociale belasting, digitalisering of thuiswerk) leiden telkens tot extra regels of interpretaties. Voor kleine ondernemingen zonder interne preventiedienst is dat moeilijk bij te houden.

  • Formalismedruk: Hoewel het risicobeheer op zich vaak goed zit, voelen veel bedrijven zich overspoeld door de vereisten rond documentatie, rapportering en audits. Het gevoel: “We doen het wel goed, maar we voldoen niet aan alle papieren verplichtingen.”

Reflectievraag: Herken jij dit gevoel bij je klanten of in je eigen organisatie?

Voornaamste moeilijkheden bij het aanpakken van VGW, EU-27 (2014-2019-204).

De Nederlandse paradox

Opmerkelijk: ook in Nederland wordt de wet als complex ervaren (42%), ondanks een reputatie van “slim geregeld”. Net als in België wordt daar sterk geleund op externe deskundigen, maar tegelijk leeft er een groeiende frustratie over het gebrek aan praktische toepasbaarheid. Ook daar dus: de wet is er, maar het systeem hapert.

Gevolgen voor de praktijk

De impact van deze perceptie is reëel. In landen waar de wet als complex ervaren wordt, stellen bedrijven vaker uit om risicoanalyses te actualiseren, blijven acties steken in de planfase, of wordt veiligheid geoutsourcet zonder betrokkenheid van het eigen personeel.

Dat is jammer, want uit hetzelfde ESENER-rapport blijkt ook dat bedrijven die zelf risicoanalyses uitvoeren of medewerkers betrekken, vaker een preventieve en gedragen aanpak ontwikkelen.

Wat kunnen preventieadviseurs hiermee?

Als preventieadviseur kun je niet plots de wet herschrijven. Maar je kunt wel iets doen aan de perceptie van complexiteit:

  1. Bruggen bouwen: Vertaal wettelijke vereisten naar concrete acties, met duidelijke prioriteiten. Niet alles moet altijd, meteen en tegelijk.

  2. Structureren: Gebruik eenvoudige formats voor risicoanalyses, actieplannen en verslagen. Vermijd juridisch jargon.

  3. Empoweren: Stimuleer interne betrokkenheid. Bedrijven die zelf mee sturen aan hun preventiebeleid, raken minder snel verstrikt in regelgeving.

  4. Signaleren: Merk je terugkerende knelpunten of onwerkbare regels? Leg ze vast en kaart ze aan via overlegorganen, sectorfederaties of beroepsverenigingen.

Tot slot

De ESENER-cijfers bevestigen wat velen al aanvoelden: we hebben een goed wettelijk kader, maar we ervaren het als onwerkbaar. Die kloof kunnen we niet met een magische checklist overbruggen, maar wel met nuance, maatwerk en dialoog.