
In 2024 voerde de Belgische Arbeidsinspectie (AD Toezicht op het Welzijn op het Werk) 14.207 inspecties uit. Van alle opgestelde documenten bestond 79 procent uit corrigerende adviezen en schriftelijke waarschuwingen. Slechts in een minderheid van de gevallen volgden maatregelen of stopzettingen. Dat cijfer vertelt een verhaal over hoe welzijnstoezicht in de praktijk werkt: niet als repressief instrument, maar als ondersteuning van werkgevers die hun beleid willen uitbouwen. Een nieuw rapport van EU-OSHA bevestigt dat deze aanpak verre van Belgisch uitzonderlijk is, maar ook dat ze structureel onder druk staat.
Inspecteurs onder druk: te weinig mensen voor een almaar complexer landschap
Het EU-OSHA-rapport uit 2026, gebaseerd op vijf Europese landen (Duitsland, Ierland, Noorwegen, Polen en Portugal), schetst een zorgwekkend beeld: in de meeste EU-lidstaten zijn arbeidsinspecteurs verantwoordelijk voor toezicht op honderden, soms duizenden werkplaatsen. België scoort in de Europese vergelijking van inspecteurs per 100.000 werknemers aan de onderkant van het spectrum. Tegelijk is het risicoprofiel van werkplaatsen grondig veranderd: meer thuiswerk, meer platformwerk, meer kleine en micro-ondernemingen, meer atypische arbeidsrelaties. Die combinatie maakt vlakdekkend toezicht structureel onmogelijk.
Voor preventieadviseurs is dat gegeven niet abstract. Het betekent dat de kans op een inspectiebezoek voor veel bedrijven klein is, en dat welzijnstoezicht in de praktijk grotendeels verschuift naar de eigen organisatie: naar de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, de externe preventiedienst en de arbeidsarts. Toezicht is er voor de zwaarste overtredingen. Dagelijkse preventie is de verantwoordelijkheid van het bedrijf zelf.

Inspecteurs per 100.000 werknemers. Van: Rapport EU-OSHA, p. 18.
Van handhaving naar promotie: een Europese trend met Belgische relevantie
Het rapport beschrijft een significante verschuiving in hoe Europese inspectiestelsels zichzelf positioneren: van command-and-control naar een model dat handhaving combineert met preventiepromotie. Sancties worden beschouwd als laatste redmiddel; de primaire rol van inspecties verschuift naar ondersteuning, begeleiding en capaciteitsopbouw. Het Belgische model van de AD TWW, dat expliciet een driedubbele rol heeft (adviserend, preventief en repressief), sluit hier nauw bij aan.
Wat het rapport toevoegt, is een kritische noot: die promotionele rol vereist andere competenties en meer tijd per bedrijfsbezoek. Inspecteurs moeten niet alleen regelgeving kennen, maar ook sectorspecifieke risico’s, nieuwe arbeidsvormen en psychosociale problematiek. Dat stelt hoge eisen aan opleiding, kennismanagement en samenwerking met externe partners, waaronder externe preventiediensten.
KMO’s en kwetsbare werknemers: het blinde vlak van traditioneel toezicht
Uit het rapport blijkt dat kleine en micro-ondernemingen systematisch moeilijker te bereiken zijn, zowel voor arbeidstoezicht als voor preventiediensten. Ze hebben hogere incidentiecijfers voor ernstige en fatale arbeidsongevallen, minder interne OSH-expertise en een grotere neiging om veiligheidsbeheer als bureaucratisch te beschouwen. In de Belgische context is dat geen marginaal fenomeen: kleine ondernemingen zijn wettelijk verplicht aan te sluiten bij een externe preventiedienst, maar die relatie is soms beperkt tot de minimale wettelijke verplichtingen.
Eenzelfde problematiek doet zich voor bij platformwerkers, uitzendkrachten en werknemers in atypische arbeidsrelaties. Voor hen zijn zowel inspecteurs als preventiediensten moeilijk toegankelijk. Het rapport concludeert dat voor deze groepen de handhavingskloof bijzonder acuut is: het juridische kader én de praktische bereikbaarheid schieten tegelijkertijd tekort.
Vijf innovatieve benaderingen: wat werkt elders en is overdraagbaar naar Belgie?
Het rapport analyseert 31 praktijkcases uit vijf landen, gegroepeerd in vijf benaderingen. Elk ervan biedt transfereerbare lessen:
- Risicogebaseerde aanpak: Noorwegen gebruikt machine learning om inspectiebezoeken te richten op de hoogste risicosituaties. Dat soort data-gestuurd prioriteren is ook voor Belgische externe preventiediensten relevant bij de planning van bedrijfsbezoeken en risicoanalyses.
- Responsieve handhaving: Portugal en Duitsland passen interventies aan op basis van bedrijfsgrootte en context. Kleine ondernemingen krijgen meer begeleiding, grote ondernemingen meer toezicht. Die gedifferentieerde aanpak is vergelijkbaar met de categorisering van bedrijven in de Belgische wetgeving (groepen A, B, C+, C-, D voor het bepalen van de interne dienst).
- Co-handhaving en samenwerking: Noorwegen en Portugal werken met multi-agency partnerships die toezicht en preventie integreren. In Belgie is de samenwerking tussen de AD TWW, de externe preventiediensten en de sociale partners via de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk een vergelijkbaar structureel kader.
- Digitale aanpak: Ierland’s BeSMART-platform biedt gestandaardiseerde digitale risicoanalyse-ondersteuning specifiek voor KMO’s. Dat is vergelijkbaar met de OiRA-tool (Online Interactive Risk Assessment) van EU-OSHA, die ook in Belgie beschikbaar is maar weinig zichtbaarheid heeft bij kleine ondernemingen. Misschien omdat ze zo complex zijn…
- Capaciteitsopbouw: Communities of Practice voor inspecteurs en preventieadviseurs blijken in meerdere landen een effectieve manier om kennis te delen over nieuwe risico’s (psychosociale belasting, AI-gerelateerde hazards, platformwerk). De vakorganisaties van preventieadviseurs in Belgie, zoals Prebes, vervullen al deels die rol, maar kennisdeling over nieuwe arbeidsvormen blijft een aandachtspunt.

De preventieadviseur als schakelpunt: niet vervangen, maar versterkt door inspectie
Een van de meest relevante conclusies van het rapport voor de Belgische preventieadviseur: naarmate arbeidstoezicht zich verder specialiseert en focust op de hoogste risico’s, groeit de verantwoordelijkheid van interne en externe preventiediensten voor de brede preventiecultuur in bedrijven. Inspectie is er voor de rode lijnen; preventieadviseurs zijn er voor alles wat daartussen zit.
Dat vraagt om een scherp bewustzijn van wat de inspectie niet meer kan opvangen. Telewerk, algoritmisch management, hybride arbeidsrelaties, de grenzen van het gezondheidstoezicht bij platformwerkers: dit zijn domeinen waar de regelgeving achterloopt en waar preventieadviseurs de facto de eerste en soms enige lijn van bescherming vormen.
Wat kan je er morgen mee doen?
- Breng in kaart welke werknemers in jouw organisatie buiten het klassieke toezichtbereik vallen: thuiswerkers, platformwerkers, uitzendkrachten. Voer voor hen een gerichte risicoanalyse uit die hun specifieke arbeidscontext weerspiegelt.
- Evalueer de relatie met de externe preventiedienst: gaat het verder dan de wettelijk verplichte taken, of blijft het beperkt tot het minimum? Kleine ondernemingen hebben net meer inhoudelijke ondersteuning nodig, niet minder.
- Bekijk de OiRA-tools van EU-OSHA als concrete digitale ondersteuning voor risicoanalyse in sectoren met hoge KMO-concentraties. Ze zijn gratis, sectorspecifiek en voldoen aan de Belgische wetgeving.
- Investeer in kennisopbouw over nieuwe arbeidsrisico’s (algoritmisch management, cobots, AI-ondersteunde prestatiemeting) ook al zijn die nog niet formeel gereguleerd. Het rapport toont dat regulering altijd achterloopt op technologie; preventie niet.
- Positioneer je als preventieadviseur actief als partner van de inspectie, niet als tegenstander of louter uitvoerder. De Belgische AD TWW zoekt samenwerking met preventieactoren; gebruik dat als hefboom voor kwaliteitsverbetering in jouw organisatie.
Besluit
Het EU-OSHA-rapport biedt geen blauwdruk voor Belgie, maar wel een spiegel. De uitdagingen die het beschrijft, zijn herkenbaar: te weinig inspecteurs voor een complex en gefragmenteerd arbeidslandschap, nieuwe risico’s die sneller evolueren dan regelgeving, en een structureel moeilijk te bereiken KMO-segment. De vijf innovatieve benaderingen tonen dat oplossingen bestaan: datagedreven prioritering, responsief optreden, digitale ondersteuning en systematische capaciteitsopbouw.
Voor preventieadviseurs is de centrale les dat hun rol niet kleiner wordt naarmate toezicht gerichter wordt, maar groter. In een systeem waar inspectie focust op de hoogste risico’s, wordt de kwaliteit van het dagelijkse preventiewerk bepalend voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Dat is geen bedreiging, maar een professionele opdracht.